De complete Elfstedengeschiedenis

1890
20 december 1890
Jan Heslinga, kastelein in IJlst heeft die winter een lijst bijgehouden met namen van elfstedenrijders: 221 mannen en 6 vrouwen! Op 20 december 1890 bindt Willem J.H. Mulier op het Groot Schravernek in Leeuwarden de schaatsen onder. 12 uur en 55 minuten later is hij weer terug op die plek bij hotel Weidema. De toon is gezet, de tijd genoteerd.

1890-1891
2 januari 1891 De Barre Winter
De tijd van Mulier werd het gesprek van de dag, tot de volgende dag de Midlumers Douwe Visser en Ruurd van Dijk er nog een half uur vanaf wisten te knabbelen. Op 2 januari 1891 was het Foeke v.d. Wal, een schipper uit Sloten, die ook binnen de dertien uur alle elf steden per schaats aandeed. Officieel blijft Pim Mulier recordhouder tot 1909. Mede op zijn initiatief, Mulier was inmiddels secretaris van de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding, organiseert dan de Friesche IJsbond de eerste ‘echte’ Elfstedentocht.

1909
2 januari 1909
Deze ‘Historische’ tocht, die niet als wedstrijd mocht worden beschouwd, werd verreden op 2 januari 1909. Drie en twintig starters, waarvan negen de tocht volbrachten. Als eerste werd M. Hoekstra uit Warga genoteerd met een tijd van 13 uur en 50 minuten. Het was Mr. Mindert E. Hepkema die vond dat de Friezen wakker geschut moesten worden, zich inzette voor een hechte organisatie en een vergadering uitschreef. Zo kwam in het Oranje Hotel in Leeuwarden, op 14 januari 1909 de vereniging ‘Vereniging De Friesche Elfsteden’ tot stand en kon voortaan de elfstedentocht als toertocht én als wedstrijd georganiseerd worden. Een krachtig bestuur zette zich aan het werk, onder leiding van gangmaker Hepkema waren dat F.A. van Heyst, Y van Slooten, H.J. Kalt, Jhr. H. van Baerdt van Sminia, Mr. J.D. van der Plaats, Jac. Marcus G. Dijkstra RHzn. en J.L. van Sloterdyck. Het leden werven kon beginnen.

1912
7 februari 1912
Uitschrijven, dooi inval, maar uiteindelijk tóch op 7 februari de eerste echte tocht van de ‘Vereniging De Friesche Elfsteden’, met op de deelnemerslijst de bezitter van het werelduurrecord, Europees én werelkampioen, Coen de Koning. Samen met meer grote namen Sjerp Kaastra, Jan Ferwerda, Jhr. van Coehoorn en de bestuursleden Hepkema en van Heyst. Het ging nog ‘om de noord’, dus eerst van Leeuwarden naar Dokkum. Het werd een felle strijd tegen elkaar en de invallende dooi. De Koning passeerde als eerste de streep en liet een tijd noteren die ongekend was: 11 uur en 40 minuten. Voorzitter Hepkema klasseerde zich bij de elitegroep: bij de eerste tien aankomenden! Van de 38 wedstrijdryders werden er 14 geklasseerd.

1917
27 januari 1917
De draaiboeken lagen klaar, het elfstedenidee ging echt leven. Bij de inschrijving bleken 150 tochtrijders en 42 wedstrijdrijders interesse te hebben voor een startkaart. De tocht ging weer ‘om de noord’. Coen de Koning wist na een spectaculaire solorit een tijd neer te zetten van 9 uur en 53 minuten. Janna van de Weg (24) is de eerste vrouw die een elfstedentocht helemaal uitrijdt. Elfsteden voorzitter Hepkema bereikt, net als 37 wedstrijdrijders, de finisch. Pim Mulier, al ruim 50 jaar, verwerft met 83 tochtrijders, het Elfstedenkruisje.

1929
12 februari 1929
Twee geslaagde tochten binnen acht jaar, het ijs leek op, de winters over. Het moest 12 jaar duren voor de vorst weer toesloeg en het bestuur een vierde elfstedentocht kon aankondigen: 268 rijders voor de toertocht en 102 voor de wedstrijd kwamen zich inschrijven. Op de grote dag wees de thermometer min 18 graden aan. Een kwart van alle ingeschreven toertochtrijders bleef thuis! Jongert, Pronk, Stienstra en Westra, allen moesten hun meerdere erkennen in Karst Leemburg, die na elf uur en tien minuten weer terug in Leeuwarden was. Prijs voor de overwinning bleek een bevroren grote teen.

de Tolhûster Elfstedentocht
28 februari 1929
De winter duurde lang, de mannen bleven schaatsen. De Leeuwarder caféhouders Schaaf, Brouwers en Kooistra maakten via de krant bekend dat ze een particuliere tocht wilden organiseren. Start aan de Groningerstraatweg en verder de bekende route. 48 mannen en één vrouw verschenen aan de start. Twee Hindeloopers schitterden op het ijs: van der Kooy won de spurt voor de eerste plek, Y Smid werd tweede, Swierstra uit Poppingawier werd derde. Zo’n ‘wilde’ tocht zou het prestige en de organisatie van ‘De’ tocht kunnen ondermijnen. Na een gesprek tussen Mr. Hepkema en de kasteleins was de lucht geklaard, ‘de tolhûster’ bleef een eenmalig incident.

1933
16 december 1933
De vorst regeerde vroeg over Friesland. Voorzitter Hepkema en penningmeester Kingma bonden op donderdag 14 december de schaatsen onder voor een verkenningstochtje naar Dokkum . Al snel zagen ze dat de ijsvloer van goede kwaliteit was. Bij Snakkerburen verlieten ze het ijs om telefonisch te regelen dat twee dagen later gestart kon worden. Het zou de eerste rit worden om de ‘zuid’. Jongert, Smid, Dijkstra, van der Duim, Castelein, Toxopeus, Kooistra, Dijkveld Stol en de Vries streden om de eer. Abe de Vries kwam voorop, (met in zijn kielzog Sipke Castelein) bij de Prinsentuin de streep overrijden. Er kon weer een nieuwe recordtijd genoteerd worden: 9 uur en 5 minuten! Het bestuur verstuurde een telegram naar Pim Mulier : ‘Elfstendentocht gunstig verlopen – den geestelijken vader dank’.

1940
30 januari 1940
Het vroor dat het kraakte. Aan de start 688 wedstrijdrijders en 2716 tochtrijders. Waarvan niemand kon vermoeden dat vrijwel allen door de siberische verschrikkingen geveld zouden worden. De grote namen waren present: de Vries, Dijkstra, Jongert, van der Bij, van der Duim en Adema.
Bij Parrega, tegen de felle noordooster in viel de beslissing – vijf man vormden een hechte kopgroep. Piet Keijzer, Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert en Sjouke Westra stoven om tien uur langs de stempelpost in Bolsward. Eendrachtige samenwerking maakte dat er overleg plaats vond: ‘wat doen we straks?’. Cor Jongert stelde voor ‘zullen we gelijk in Leeuwarden aankomen en samen winnen? ‘ Westra sputterde tegen ‘wedstrijd’ is wedstrijd’ meende hij. De anderen wimpelden dat af. Een beslissing die beroemd zou worden als “Het pact van Dokkum”. Het werd een chaotische aankomst, gevolgd door urenlang gekrakeel.
Het Elfstedenbestuur kwam met een verrassende conclusie : alle vijf werden tot winnaar uitgeroepen en in het bezit gesteld van de gouden medaille voor de eerste prijs. Hoe zwaar de weersomstandigheden waren blijkt uit de eindlijst: slechts 40 wedstrijd rijders geklasseerd en maar 27 tochtrijders bereikten de eindstreep. Sjoerdtsje Faber reed als enige vrouw de tocht geheel uit.

1941
6 februari 1941
De Elfstedenvereniging zag, vanwege de oorlogsomstandigheden liever af van het organiseren van de tocht. Gaf dat ook duidelijk te kennen. Maar de natuur besliste anders, de strenge vorst hield aan. De roep om toch te gaan rijden werd sterker en op 6 februari werd er gestart. De schermutselingen na de afspraken via ‘het pact van Dokkum’ bij de tocht van 1940 hadden het bestuur aan het denken gezet. Dat resulteerde in een nieuwe bepaling ‘het lot zal de winnaar aanwijzen indien er twee of meer rijders gelijk over de eindstreep rijden’. De Franeker Auke Adema riep zich zelf al tot favoriet uit, even voorbijgaand aan de wetenschap dat ook de Vries, Jongert, Westra, van der Duim en Bosman weer van de partij zouden zijn. Het werd een mooie wedstrijd en even zag het er naar uit dat een inzinking Adema toch zijn eerste plek zou kosten. Maar hij redde het en met een tijd van 9 uur en 19 minuten werd hij tot winnaar uitgeroepen. De mooie zachte winterdag maakte dat een record aantal – 65 – wedstrijdrijders binnen twee uur na aankomst van de winnaar over de finishlijn kwam. Van de ongeveer 1900 vertrokken tochtrijders konden er 1672 bij terugkomst genoteerd worden. Bij de dames konden Sjoerdtsje Faber en Wopkje Kooistra op de erelijst bijgeschreven worden.

1942
22 januari 1942
Twéé Elfstedentochten achter elkaar, een wonder dacht men en heel bijzonder. Maar de winter van 1942 sloeg nog harder toe dan de beide winters er voor. Een fantastische spiegelgladde ijsvloer lag op de deelnemers te wachten. De route ging weer ‘om de zuid’. Adema was er wegens ziekte niet bij. De cracks Bosman, Geveke, de Vries (de Vries Ane en Anne), Jongert Westra, van der Duim, de Groot en van der Bij, waren de favoriet. Het zat ze echter niet mee. Na IJlst werd er een ‘navigatiefout’ gemaakt die grote gevolgen zou hebben. Een verkeerde afslag, in het donker, deed hen in richting Bolsward rijden. Een uur verspeeld, hun kansen verkeken. Lang was het Douwe Leyenaar die de leiding opeiste. Maar nog voor Harlingen reden Sietze de Groot, Durk de Jong, Jan van der Bij en Pier Swierstra hem achterop. Op weg naar Dokkum maakten ze een afspraak tot Bartlehiem samen te blijven. Maar bij Birdaard moest Swierstra al afhaken. Met drie man verder en in Leeuwarden was het Sietze de Groot met zijn sprint- en kortebaan ervaring die de anderen zijn wil oplegde. Hij finishte in een nieuwe recordtijd van: 8 uur en 44 minuten. Voor Durk de Jong werd negen seconden verschil genoteerd. Jan van der Bij werd na de derde plek verwezen. Abe de Vries uit Giethoorn eindigde voor de vierde maal bij de beste tien. Sjoerdsje Faber en Wopke Kooistra behoorden weer bij de dames die de tocht volbrachten.

1947
8 februari 1947
De eerste winter in bevrijd Nederland, was wikken en wegen, na viermaal afstel was de vijfde keer raak. Het bleek de koudste dag van het jaar. Snerpend koude wind en twaalf graden vorst. Vertroude namen aan de start: Jongert, Adema, van der Duim, Bosman maar ook nieuwe aanwas: van der Hoorn, Vermeulen, Verhoeven, Schipper, Leffertstra, de Winia’s en Schueler. In Harlingen waren Bosman en Schipper al zes minuten uitgelopen op Jeen Nauta en Abe de Vries; acht minuten op Vermeulen en van der Hoorn. Bosman en Schipper vochten zich samen een weg tegen de fel aan wakkerende wind in na Dokkum, om met de wind in de rug via Oudkerk, de Murk en de Bonke op Leeuwarden aan te koersen. Met vijftig meter verschil- door een ongelukkige val van Schipper- wist Bosman als eerste de streep te passeren.
Toen twee uur na de aankomst van Bosman de controle werd gesloten, hadden 39 rijder zich geklasseerd. Voor 238 deelnemers, bijna procent, was de race te zwaar geweest. Van de 1791 vertrokken toerrijders kwamen 270 voor middernacht in Leeuwarden terug. Ze hadden, als experiment- deze keer in alle steden kunnen starten, in de praktijk bleek dat geen succes te zijn. Op de uitslagenlijst werd op de drieentwintigste plaats de 19 jarige Jeen van den Berg genoteerd. Bij de dames waren het zes vrouwen waaronder Sjoerdsje Faber en Wopke Kooistra die een kruisje in ontvangst konden nemen.
In de Harmomie kwam het Elfstedenbestuur met een mededeling: na onderzoek bleken wedstrijdrijders overtredingen begaan te hebben. Opleggen, gebruik maken van voorrijders, vervoerper fiets of handkar etc. Er werden geen prijzen toegekend aan :Bosman, Schipper, Nauta en Vermeulen. De broers Wynia werden gediskwalifieerd. Jan van der Hoorn uit ter Aar werd tot winnaar uitgeroepen. Anton Verhoeven werd tweede, Abe de Vries derde en Dirk van der Duim vierde.

1954
3 februari 1954
De tijden veranderen, de opzet van de ‘vereniging De Friesche Elfsteden’ was toe aan een opfrisbeurt. Na de tocht van 1947 is daar aangewerkt, het resulteerde in Koninklijk goedgekeurde Statuten en strakker gehanteerde reglementen. De organisatie zette zich opnieuw schrap voor een groots evenement. Daar stonden ze weer, de mannen met de klinkende namen Nauta, Schipper, van der Hoorn, Wynia, Adema, de Jong, Verhoeven, Jeen van der Berg, Charsius en de Koning. Op goed ijs stoven ze naar Sloten de Zuidwesthoek in. Voorbij Bolsward was er een kopgroep ontstaan van 26 man. Onder Harlingen kwam er al verandering, zes man wisten weg te komen en bouwden een voorsprong op: Nauta, van der Berg, Lefferstra, Charisius, Verhoeven en de Koning. Eendrachtig samenwerkend bouwden ze hun voorsprong uit. Het traject Franeker Dokkum raffelden ze in 1 uur en 44 minuten af. Het was Lefferstra, die, op de Dokkumer Ee, wetend dat hij met zo’n groep met beste sprinters geen kans zou maken, wegsprong, op 150 meter wist te komen, maar bij Wyns in razende vaart door vijf anderen voorbij werd gereden. In Leeuwarden ontstond verwarring. De Noorderburg bleek gesloten, moesten ze er kruipend onderdoor? Jeen van de Berg was de eerste die het klûnbruggetje in de gaten kreeg en als eerste omhoofstoof, op meters gevolgd door de anderen. Er ontstond een verwarrende situatie, wankelend en Clarisius struikelend, probeerde een ieder zijn positie weer in te nemen. Tot er een tweede onduidelijkheid opdook: een bord met grote letters “EINDSTREEP” en met kleine letters “nog 500 meter”. De kleine letters werden over het hoofd gezien, van der Berg en Verhoeven staken lachend hun handen omhoog en lieten zich uitglijden. Wild schreeuwend en gebaren maakten de omstanders hen de vergissing duidelijk. Het was Jeen van der Berg die zich het snelst herstelde en naar de finishlijn stoof. De rangschikking werd: van de Berg 1, de Koning 2, Charisius 3, Nauta 4 en Verhoeven op de vijfde plaats. De winnaar liet een record tijd noteren: 7 uur en 35 minuten. De snelste bij de dames was Aaltje van Delen-Sybesma uit Friens.

1956
14 februari 1956
Slecht tot zeer slecht ijs. Via de warme loods van Autospuiterij Posthumus aan de Verlengde Schrans, gingen de cracks naar het ijs van Van Harinxmakanaal. In het donker stoven ze weg. In het Gaasterland ontketenden de beide Jenen – Nauta en van den Berg – een tempo dat een afsplitsing bewerkstelligde. Slechts twaalf man kon hun spoor door de sneeuw volgen. Het hoge tempo was alleen door de allersterksten vol te houden. Nauta, Verhoeven, de Koning, van den Berg, Wijnhout, van der Meer, van der Hoorn en Tichelaar stormden door de sneeuw op Franeker aan. Na Franeker, op weg naar het noorden, moesten van der Meer en Tichelaar en even later ook van den Berg afhaken. Op de Dokkumer Ee, de kopgroep was alweer op de terugweg, passeerden ze Jeen van den Berg die zich van zijn inzinking aan het herstellen was. De vijf bleken een afspraak gemaakt te hebben: het zou als pact van Vrouwbuurstermolen de geschiedenis ingaan. Zwaaiend en juichend gleden ze hand in hand over de finischlijn. Verbijstering alom, wat nu? Zou het bestuur nu de lotingformule doorvoeren? Of diskwalificeren, en Jeen van den Berg die als zesde binnenkwam, tot winnaar verklaren? Juryvoorzitter Jan de Jong meldde dat het bestuur had beslist: de vijf hadden er geen sportieve wedstrijd van gemaakt, er werd geen winnaar aangewezen, en de prijzen bleven in de kast. Van de 259 wedstrijdrijders werden er 109 geklasseerd. Het aantal tochtrijders dat startte was 6070, waarvan uiteindelijk 4739 een kruisje bemachtigden.

1963
18 januari 1963
Onbeschrijvelijk slecht ijs, strenge vorst, felle wind en gemene stuifsneeuw. Alle elementen waren aanwezig om er een titanenstrijd van te maken. Alle grote namen van zeven jaar geleden hadden zich gemeld. De vijf van ‘ het pact van Vrouwbuurstermolen’. Natuurlijk ook Jeen van de Berg, Wynia, Lambers, Leffertstra, van der Hoorn, Tichelaar en Zwart. Naast de filmende- en schrijvende pers was er deze keer een extra nieuwtje -televisiecamera’s die live-verslag deden. Maus Wijnhout kampte al in het begin met schaatsmankemeneten en moest afhaken. Het slechte ijs en sneeuw op de baan maakte dat het tempo laag lag. De Groningers Jan en Max Uitham, Ale en Albert Fekken, Zwaan, Weys en een nieuwkomer Reinier Paping uit Ommen handhaafden zich in de kopgroep. Bij Hindeloopen was de route buitenom uitgezet.
Over het IJsselmeer naar Workum. Daar reed Paping al met voorsprong voor de groep uit. Een maal door Workum, na de stempelpost, verhoogde hij op de trekvaart naar Bolsward het tempo. Verhoeven, van der Hoorn, Jan Uitham, Weys en van de Berg konden hem bijbenen. Na honderd kilometer waren ze nog maar met zijn viertjes. Weys en van der Hoorn waren er afgewaaid. Maar ook voor de anderen bleek Paping te rap. Bij Vrouwenbuurtstermolen verwisslede hij zijn schaatsen voor lichte trimschoentjes en overbrugde te voet een grote onberijdbaar stuk ijs. Achter hem kregen Verhoeven en van der Berg problemen met hun ogen, bevriezingsverschijnselen en sneeuwblindheid. Voor Dokkum passeerden ze al op weg naar Leeuwarden rijdende Paping. Op de Grote Wielen stond hem een geweldig ontvangst te wachten, Koningin Juliana en Prinses Beatrix hadden zich per helicopter naar de Finishlijn laten brengen. Van de 568 vertrokken wedstrijdrijders kwamen er 57 in Leeuwarden terug. Van de 9294 ingeschreven tochtrijders volbrachten 69 de tocht.

1985
21 februari 1985
Tweeentwintig jaar geen Elfstedentocht vereden en een nieuwe voorzitter: ir. J.S. Sipkema. En, na al die jaren, ook een nieuwe generatie schaatsers. Snelle jongens, getraind in het marathon circuit op de inmiddels her en der verrezen kunstijsbanen. Met moderne materialen, kleding en de nieuwste voedingstechnieken. Namen als Ruitenberg, Kooiman, Westerveld, Jonker, van Benthem die zich zelf overigens niet als kanshebber inschat. Jan Roelof Kruithof, Albert Bakker, Jos Niesten, Wim Vos, Boerstra, Postmus en Dries van Wijhe. Mannen die in buitenlandse tochten hun prestaties toonden. De start: Wim Westerveld uit Eemnes als eerste op het ijs, Willem Augustin als Laatste. Een grote kopgroep met alle favorieten flitst door het Gaasterland, de Zuidwesthoek in. Kruithof, Westerveld, Wardenier een paar namen die bij de eersten door Workum racen op weg naar een stempel. Bij Parraga komen groepen samen, in Bolsward is van Benthem het eerst bij de stempelaars. Een kopgroep van twaalf op de Sexbierumervaart met Teun Busser in de spits. Op de Dokkumer Ee valt de slag. Van Benthem en Kooiman versnellen, Niesten en Ruitenberg weten aan te sluiten. De Finale komt in zicht. Op de Bonkevaart is alles mogelijk. Jan Kooiman weet zich kansloos tussen de sprinters, hij probeert weg te komen maar verkijkt zich op de afstand. Ruitenberg zet aan, van Benthem flitst met hem mee en zet door, minimaal verschil en hij is er. De veehouder uit St. Jansklooster laat een tijd noteren van 6 uur en 46 minuten en 47 seconden. Ruitenberg tweede, Jos Niesten derde en Jan Kooiman vierde.

1986
26 februari 1986
Begin februari zet de winter door, het ijs blijkt al sterk genoeg voor toertochten in de provincie. Op 6 februari wordt voor Friesland een vaarverbod afgekondigd, de gedachten gaan uit naar een veertiende Elfstedentocht. IJsmeester ir. Henk Kroes verricht her en der metingen, maar zijn oordeel is duidelijk ‘te dun ijs’. Secretaris Gustaaf Witsen Elias (doelend op de dagen die al lengen, de zon overdag aan kracht wint) meld: alleen als er een siberisch wonder gebeurt gat de tocht door’. Dat wonder geschiedde, de rayonhoofden worden opgetrommeld, het besluit valt ‘it sil heve’. Weerman Hans de Jong voorspelt een stralende dag. De start is een half uur eerder dan gewoonlijk. Wim Westerveld, Teun Busser en Henk Langenberg zijn de eersten op het ijs en weg. De hoge snelheid van de rijders maakt dat tot Staveren geen eenheid in de groepjes onstaat. Richting Hindeloopen komt er meer tekening in, Jan Kooiman, Bouma, de Vries zijn bijeen. Achtervolgd door van Benthem, Kamperman, Bakker, de Boer, Semplonius, Kromkamp en Kruithof. In Franeker zijn negen man bijeen, met Kooiman als de sterke motor. Op de Zuidhoekstervaart weet van Benthem weg te komen. Maar voorbij Bartlehiem op het slechte ijs van de Dokkumer Ee slinkt zijn voorsprong zienderogen, hij ziet het nutteloze van zijn krachtsinspanningen in en laat zich inlopen. Bij Sijbrandahuis neemt Jonker het initiatief en rijdt bij de anderen weg. Van Benthem blijkt de enige die het gat nog dicht kan rijden. Zo zijn de twee weer samen op kop. Dan volgt een pijnlijk incident, Jonker valt en krijgt het wiel van de zijspanmotor van de televisiecamera, die naast hem rijdt, over zijn been heen. Hij herstelt zich snel, maar van Benthem blijkt toch weer zijn meerdere. Al ver voor de eindstreep snelt van Benthem weg en weet een tijd neer te zetten van 6 uuren 55 minuten en 17 seconden. Kroonprins Willem Alexander -ingeschreven onder de naam W.A. van Buren-, voltooid als eerste lid van het Koninklijk huis een Elfstedentocht. Een uur na van Benthem passeert de eerste vrouw de eindstreep op de bonkevaart: Ineke Dijkshoorn-Olsthoorn uit Schipluiden.

1997
4 januari 1997
Tijdens de jaarvergaderig van 11 december 1994, neemt ir. Jan Sipkema als voorzitter afscheid van ‘de Vereniging De Friesche Elfsteden’, zijn plaats wordt ingeneomen door ir. Henk Kroes. ‘IJsmeester Kroes’ zoals de pers hem graag noemt. Dus moet er ook een nieuwe IJsmeester komen, dat wordt Piet Venema, een man met verstand van zaken en negende in de barre tocht van 1963. We schrijven 1997. De draaiboeken zijn bijgewerkt, het wachten is op de komstt van betrouwbaar ijs. Dat komt er vrij snel en voor de datum 4 januari wordt de vijftiende Elfstentocht uitgeschreven. Kroes heeft er zijn eigen bewoordingen voor ‘it giet oan’. Favoriten genoeg, inmiddels weer een nieuwe generatie, de Leeuwarder Courant tipt een hele lijst: Yep Kramer, Peter de Vries, Ruitenberg, Jan Eise Kromkamp, Verduin, Hulzebosch, Borst, Angenent, Piet Kleine en Huitema. Zeven graden onder nul en een pittige wind uit oost tot noord-oost. Half zes valt het startschot en met de wind in de rug maakt dat er meeteen al vaart achter zit. Na zeven kilometer, bij staveren, onstaat een kopgroep van 12 man die op Hindeloopen aanstormen. Commotie bij de stempelpost, die in het felle tegenlicht van de televisielampen slecht zichtbaar is. Piet Kleine en René Ruitenberg rijden de stempelaars voorbij. Verwarring alom, want ook Hulzebosch , van Meggelen en Verduin doen hetzelfde, maar keren door door het geroep van de omstanders terug. Het tempo is hoog en de samenwerking perfect. Bij Franeker en later op de Blikvaart moeten Hagen, Bakker, Kramer, van Meggelen, de gebroerders Ruitenberg en Bouwma afhaken. Henk van Benthem, Kleine, Stam, Hulzebosch, Angenent en Verduin vormen de kopgroep die meedogenloos voortraast. Bij het ingaan van de laatste zeshonderd meter maakt Verduin zich los van de groep, maar de sprinter verkijkt zich op de afstand. Kleine en van Benthem hebben al gelost. Hulzebosch en Angenent moeten het uitvechten. Angenent weet met zijn betere techniek Hulzebosch voor te blijven en snelt als eerste over de streep, zes uur en 49 minuten en 18 seconden laat hij noteren op de chronometer. Over gemiste stempels op de kaart van Piet Kleine onstaat veel gekrakeel, uiteindelijk worden Kleine en Ruitenberg niet opgenomen in de officiële uitslag, maar krijgen wel een elfstedenkruisje. Bij de dames is het Klasinna Seinstra uit Sint Johannesga die als eerste de finishlijn passeert.